| « Vreemd gezicht | Soorten juni » |
Vroeger bezat de huisvrouw een schatkamer vol recepten om vlekverwijderaars te bereiden. Deze formules ontstonden in de loop der eeuwen door experimenteren en gingen van generatie op generatie. De middeltjes waren simpel. Ze lagen binnen handbereik van iedereen. Ook nu nog raadplegen jongere generaties vaak de ouderen als het om vlekken gaat. Bijvoorbeeld als een modern vlekkenmiddel niet voldoet of als zij rekening willen houden met het milieu.
...
Valse schijn
De reinigingsmiddelen van vroeger wekten de indruk milieuvriendelijk te zijn. Om vlekken uit bijvoorbeeld kleding, meubelen of vloeren te verwijderen, of om zilver of glas te reinigen, gebruikten onze voorouders eenvoudige producten als: brood, citroensap, aardappelmeel, zeep, aarde en eidooier. Afhankelijk van de soort vlek en de ondergrond gebruikten zij deze producten puur of met andere grondstoffen vermengd.
Logen en potas
Daarnaast maakten de huisvrouwen in die tijd graag gebruik van allerlei logen zoals potas. Potas verkreeg je door houtas in water op te lossen en de gefilterde oplossing in te dampen. Het oplosbare zout dat overbleef, de potas, was een effectief middel om vlekken van zuren te verwijderen. Naast het gebruik van ossengalzeep, werkten onze stamouders ook met geoxideerd zout in verdunde vorm. En laat ik de rol van brandewijn in die tijd niet vergeten. Dit goedje werd niet alleen graag gedronken, maar was ook populair als hars- teer- en vernisvlekkenverwijderaar. En had je eens een roestvlek in je zondagse jurk, dan bracht zuringzout uitkomst. Daar staat tegenover dat onze hedendaagse ontvlekkingsmiddelen kunstmatig chemisch van samenstelling zijn. Nu in fabrieken gemaakt. Tegen bijna elke vlek bestaat wel een middel om de boosdoener te verdrijven.
Vroegere chemische vlekverwijderaars
Hoewel de vlekkenmiddelen in die tijd prima voldeden, namen onze voorouders in de negentiende eeuw ook hun toevlucht tot chemische vlekkenverdrijvers. In vergelijking met het buitenland stond de Nederlandse chemische industrie toen op een laag peil. Zo einde 1800 kwam de industrialisatie voorzichtig op gang. De fabrieken maakten enkel traditionele chemicaliën zoals zwavel- en salpeterzuur, zeep en stijfsel. Pas in de twintigste eeuw kwam er vaart in deze nieuwe fabricageprocessen en begon het tijdperk van de chemische industrie definitief.
Weinig economisch voordeel
De economie had indertijd weinig voordeel van oma's vlekkenverwijderaars. Naarmate de wetenschap zich verder ontwikkelde, kwamen er steeds meer synthetische weefsels en kunststofproducten op de markt. Ook de ontwikkeling van chemische vlekkenreinigers nam drastisch toe. Thans vormt de fabricage van deze middelen een belangrijk onderdeel van onze economie.
Huidige kosten hoger
De kosten van ontvlekkingsmiddelen lagen vroeger naar verhouding lager. De gebruikte grondstoffen waren goedkoop, maar het vervaardigen was een flinke klus. dat kwam doordat niet elke vlekkenverwijderaar even eenvoudig van samenstelling was. De komst van de chemische middelen, betekende een hogere kostenpost per huishouden. Door de enorme verscheidenheid aan materialen puilen onze aanrechtkastjes nu letterlijk uit.
Oma's middeltjes niet allemaal onschuldig
Toch waren niet alle vlekkenmiddeltjes van onze voorouders even onschuldig. Je zou het niet verwachten, maar een eeuw geleden gebruikte de huisvrouw ook al zuren als salpeterzuur en zwavelzuur, Deze stoffen veroorzaakten wel degelijk milieuschade, doordat ze planten en dieren aantastten. De moderne ontvlekkingsmiddelen zijn hoofdzakelijk kunstmatig chemisch van samenstelling en bevatten bovendien oplosmiddelen zoals: benzeen, tolueen, terpentine, thinner en xyleen. Dergelijke oplosmiddelen gebruiken de fabrikanten vanwege hun vluchtigheid en vetoplossende kracht. Daarnaast hebben we te maken met spuitbussen die drijfgassen bevatten. Net als oplosmiddelen zijn ook drijfgassen schadelijk voor het milieu, omdat ze bijdragen aan smogvorming.
Mechanische verstuivers en nanotechnologie
De laatste jaren vervangen de producenten hun spuitbussen door mechanische verstuivers zonder drijfgassen, maar die bevatten wel weer oplosmiddelen. Thans kennen we ook de chemische kleurbeschermers en sinds kort is er een nieuwe ontwikkeling: de nanotechnologie. De nanodeeltjes worden onder andere in reinigingsmiddelen toegepast ter vervanging van schadelijke oplosmiddelen en voor een grondiger reiniging. Er is echter nog veel onduidelijkheid over de mogelijke gevolgen voor het milieu van deze nanotechnologie. Volgens de standpuntnotitie van Stichting Natuur en Milieu is uit onderzoek gebleken dat niet alleen het oppervlak van de nanodeeltjes, maar ook hun vorm en chemische samenstelling, de schadelijkheid voor het milieu sterk kunnen beïnvloeden. Verder zegt de stichting in deze notitie, dat er reden is om aan te nemen, dat nanodeeltjes in water een giftig effect op het watermilieu hebben.
Catastrofale omvang
Het kunstmatig chemisch gebruik is nu, ruim een eeuw later, tot een catastrofale omvang uitgegroeid. Dit heeft enorme negatieve gevolgen voor het milieu. Niet alleen de gebruikers van chemische reinigingsmiddelen vervuilen, maar ook de fabrikanten die de middelen fabriceren. En ook al doen chemiebedrijven de laatste jaren hun best om milieuvriendelijke vlekkenreinigers te ontwikkelen, de economische belangen zullen altijd groter blijven dan de milieubelangen. Onze voorouders mochten dan weliswaar chemicaliën gebruiken tegen een lelijke vlek, toch waren de meeste van hun vlekkenverdrijvers milieuvriendelijk.
Trackback URL (klik rechts en copieëer shortcut/link locatie)